De Nije Mieden: grondgebonden boeren op laagveen

Een veelgehoord ideaal binnen de landbouwsector is de honderd procent

grondgebonden veehouderij. Dat wil zeggen: veehouderij die gebonden is aan land voor de voedselvoorziening van het vee, zoals de melkveehouderij. In de praktijk voeren de meeste boeren hun koeien echter nogal wat bij. Maar wat gebeurt er als je dat niet doet? Als je je vee echt niets anders geeft dan het gras dat op jouw gronden groeit? Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. Helemaal niet als je stuurt op een hoge melkproductie. Wij, van De Nije Mieden, doen het daarom anders.


Ons boerenbedrijf De Nije Mieden is sinds 2015 SKAL gecertificeerd en dus biologisch. Dat betekent onder meer dat we geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken. Daarnaast kiezen we er zelf voor onze koeien geen krachtvoer te geven. Ze krijgen alleen wat geplette gerst, aangevuld met mineralen, om ze de melkstal in te lokken. Verder moeten ze melk geven, puur van het gras dat in onze landerijen groeit.


De kwaliteit van dat gras is daarom erg belangrijk voor onze productie. En natuurlijk wordt die kwaliteit weer bepaald door de bodem waaruit het gras groeit.



"Wij sturen niet op een hoge melkproductie, maar op een optimale mestkwaliteit."

Knipklei op veen

Helaas is onze grond moeilijk. Hij bevat allerlei mineralen en toch vinden we die niet terug in de gewassen. Het grootste gedeelte bestaat uit knipklei op veen en het is niet voor niets dat hier vroeger alleen vee werd gehouden. Gras was het enige gewas dat er wilde groeien en boeren weidden hun vee op zompige percelen.


De kwaliteit van het gras was niet zo hoog als in de kleigebieden van Noord Nederland. Daardoor verkeerden de koeien hier van oudsher in een minder goede gezondheid. Daar staat tegenover dat ze vroeger een ander, robuuster ras gebruikten. Deze koeien hadden niet zoveel voedingsstoffen nodig, als de huidige hoge productie Holstein Frisians, en daardoor ging het allemaal net.


Vanaf de jaren tachtig veranderde het drassige veenlandschap, waar weilanden als eilanden in het water dreven. Het grondwaterpeil werd door de diepteontwatering kunstmatig verlaagd. Op de drogere weilanden groeide het gras beter en je kon er met grote landbouwmachines op rijden.



Veevoer exact op de behoefte of toch anders?

De matige kwaliteit van de bodem werd meer dan gecompenseerd door diepte-ontwatering: het veen oxideerde, de organische stof kwam vrij en daarmee de stikstof, waardoor het gras explosief kon groeien. Bovendien werd het veevoer in de fabriek exact op de behoefte van de nieuwe koeien afgestemd.


Zo hebben wij jarenlang geboerd. De adviseur berekende het rantsoen van ons vee en wij kochten het, in de zekerheid dat we er aan zouden verdienen. Dit was de basis van een relatief gemakkelijke bedrijfsvoering. Op de gegarandeerde cashflow konden we bovendien gemakkelijk geld lenen voor uitbreiding.


Toen we biologisch werden, raakten we echter steeds meer bewust van de relatie tussen gezondheid en een natuurlijker bedrijfsvoering. Zo is zuivel en vlees van grasgevoerd vee aantoonbaar gezonder voor de mens, dan dezelfde producten van dieren die zijn gevoerd met soja, maïs, aardappelen, melasse enzovoort. Bovendien horen koeien nu eenmaal gras te eten, nietwaar?!





Consequenties van grasgevoerd vee

Feit is dat de melkproductie enorm kelderde. Deels heeft dat te maken met de beslissing om onze Holstein Frisians met robuustere rassen te kruisen, die naast melk lekker vlees produceren. Maar ook deze koeien zouden meer melk kunnen geven op een uitgebalanceerd dieet met krachtvoer. Er bestaat ook biologisch krachtvoer, maar daar willen we niet aan: wij kiezen bewust voor grasgevoerd vee.


Behalve een lage melkproductie heeft dit echter ook nog andere consequenties. Zo is de minerale samenstelling van het gras in onze weiden niet zo gunstig. Onze koeien hebben bijvoorbeeld gauw last van magnesium- en kopergebrek. Om dat te voorkomen mengen we deze mineralen door het voer. Door seleniumgebrek krijgen de koeien bovendien problemen bij de bevalling. Uit voorzorg dienen we ze daarom tijdens de zwangerschap injecties met selenium toe.


 

"Volledig grasgevoerd vee brengt consequenties met zich mee. Maar zuivel en vlees is aantoonbaar gezonder."

Mineralensamenstelling in balans brengen

Al met al is het dus zaak de minerale samenstelling van onze gronden te verbeteren, of in ieder geval de opneembaarheid van die mineralen. Om de zuurgraad van de bodem op het gewenste niveau te brengen, strooien we eierdoppen. Die bevatten langzaam vrijkomende, natuurlijke kalk. Het bodemleven krijgt de kans deze kalk beschikbaar te maken voor het gewas.


Als erfenis van onze intensieve periode, zitten we opgescheept met een te hoog kaliumgehalte in de grond. Onze landerijen zijn namelijk jarenlang maximaal bemest.

Een hoog kaliumgehalte heeft grote nadelen: het veroorzaakt een milieu waarin andere noodzakelijke mineralen, zoals magnesium, slecht door de plant worden opgenomen.


Door onze huidige extensieve bedrijfsvoering en door minder te bemesten, komt de mineralensamenstelling gelukkig steeds meer in balans. Ons geduld wordt hierbij echter wel op de proef gesteld, want het is een jarenlang proces.



Klimaat voordeel

Voor planten is een juiste stikstof - koolstof verhouding in de mest heel belangrijk. Moderne rantsoenen van melkkoeien bevatten veel stikstof, om zoveel mogelijk melk te kunnen produceren. Die stikstof komt uiteindelijk in de mest terecht, waar het een milieu creëert waarin koolstof aan de bodem wordt onttrokken. Dit is niet wenselijk: we willen immers koolstof in de grond en niet in de lucht.


Door onze manier van voeren, wordt de koolstof - stikstof verhouding optimaal. Wij voeren veel hooi en uitgebloeid gras en daar zit veel koolstof in. Je kunt daarom stellen dat De Nije Mieden niet op een hoge melkproductie stuurt, maar op optimale mestkwaliteit.


Door goede mest stijgt het organische stofgehalte van de bodem, kan de grond meer vocht vasthouden en tevens meer vocht doorlaten. Dit alles bevordert het bodemleven, de bodemvruchtbaarheid, de waterdoorlatendheid en het vochtvasthoudend vermogen.

Voordeel voor het klimaat is dat we koolstof vastleggen. Eén procent organische stof toename staat gelijk aan tien ton koolstofdioxide!





Compensatie met CO2-certificaten

Omdat ook wij geld moeten verdienen, zijn we blij met het project Valuta voor Veen. Dit project streeft ernaar het waterpeil in zoveel mogelijk veengebieden te verhogen om koolstofdioxide uitstoot en bodemdaling te voorkomen.


Het idee is dat de vermindering van koolstofdioxide uitstoot wordt verkocht in de vorm van CO2-certificaten aan bedrijven, overheden en burgers die op vrijwillige basis hun koolstofdioxide-uitstoot willen compenseren. In dit geval geldt een richtprijs van 70 euro per ton. Dit bedrag is gebaseerd op de investering en de verminderde opbrengst van weiland bij een verhoogd waterpeil.


Deze compensatie is natuurlijk zeer welkom, maar het zou nog mooier zijn als we niet alleen zouden worden gecompenseerd voor het voorkomen van koolstofdioxide uitstoot, maar ook voor het actief vastleggen van koolstof, zoals hiervoor beschreven. Bovendien: als dit de algemene praktijk zou worden, dan kan de landbouw een grote bijdrage leveren aan het oplossen van de huidige klimaat- en milieuproblemen.



Bodemverdichting

Een andere wens voor de toekomst is iets aan de bodemverdichting te doen. Verdichting is het gevolg van het berijden van de bodem met een te zware last in verhouding tot de draagkracht van de bodem. Met name onder natte omstandigheden is de draagkracht vaak onvoldoende. We willen daarom met lichtere machines gaan werken en met een vaste- rijpadensysteem. Dit vraagt echter een forse investering.


Onze grondgebonden manier van boeren is pionieren, maar we doen het met liefde. Het gaat immers over de bodem onder ons bestaan!



Sjoerd Miedema

tekst en foto’s: Janna van der Meer


Dit artikel is ook gepubliceerd in het boek “Bodem, Voeding voor Inspiratie”, van de organisatie van de Noord Nederlandse Bodemdag.